Blog

Duurzaam gedrag; de ultieme strijd met onze instincten

Duurzaam gedrag; de ultieme strijd met onze instincten

18 januari 2019

 

Geloof het of niet, maar duurzaam gedrag is tegen-intuïtief. Het druist in tegen hoe onze hersenen ontwikkeld zijn. Het is dan ook niet zo vreemd dat we maar blijven autorijden en vliegen, terwijl velen het milieu toch best een warm hart toedragen. De grootste strijd gaat niet zozeer tussen believers en non-believers van klimaatverandering, maar speelt zich af tussen onze oren. Als we de juiste insteek kiezen om ‘het geweld’ daar te sussen, zijn we pas echt een stuk dichter bij oplossingen.

Lessen uit het verleden

Rond 1990 drukte het milieu een zware stempel op publieke en politieke discussies. De Club van Rome (opgericht door Europese wetenschappers, om hun bezorgdheid over de toekomst van de wereld voor het voetlicht te brengen) wakkerde de discussie aan over de grenzen van de (economische) groei en ons ongelimiteerde consumptiegedrag. De overheid sprong er op in en probeerde burgers op te voeden en hun gedrag te beïnvloeden middels goedbedoelde, maar belerende boodschappen als ‘Een beter milieu beging bij jezelf’ en ‘De auto kan best een dagje zonder u.’  De bevolking reageerde sceptisch op deze wijzende vingertjes van hogerhand.

Cognitieve dissonantie reductie

In die dagen werkte ik aan mijn proefschrift. Ik voerde onderzoek uit voor het RIVM naar Climate Change. Mijn specifieke invalshoek was om meer te weten te komen over hoe al deze informatie bij burgers overkwam en wat het – in psychologische zin – teweeg bracht. Ik stuitte op iets heel interessants: mensen die een hoog milieubesef hadden en bereid waren tot actie op dat gebied (actiebereidheid) en die gedurende langere tijd intensieve informatie kregen over de nadelige gevolgen voor het milieu van hun eigen gedrag, pasten hun gedrag niet aan, maar gingen het milieu minder belangrijk vinden! Precies het tegenovergestelde effect dus van wat met die informatie bereikt moest worden. De verklaring zat hem in het principe van cognitieve dissonantie reductie. Een hele mond vol, maar een zeer belangrijk psychologisch fenomeen.

Als ons gedrag en onze attituden niet in overeenstemming met elkaar zijn voelen we een onaangename spanning (cognitieve dissonantie). We willen immers graag consistent zijn – ook voor onszelf! En die vervelende spanning gaan we opheffen. Bij voorkeur niet door ons gedrag aan te passen, want dat heeft meestal verstrekkende gevolgen; dan moet je reispatronen, je liefde voor de auto of je drang om verre landen te bezoeken opgeven. Veel makkelijker is het om je attitude aan te passen: ‘misschien vind ik het milieu bij nader inzien toch minder belangrijk.’ Een andere mogelijkheid is afwenteling toepassen: ‘Ik rij veel auto, maar ik eet tegenwoordig toch wat minder vlees’, of ‘Niet de auto, maar de industrie vervuilt het meest.’ Dissonantie weggemoffeld en we kunnen gewoon blijven doen wat we deden. Maar zeker zo belangrijk: met ‘gedram’ over duurzaamheid, bereiken we averechtse effecten.

Onze hersenen zijn niet duurzaam

Als we kijken naar de lange weg die ons brein evolutionair heeft afgelegd om te worden wat het nu is, zien we dat de zorg voor het milieu en een verre toekomst daar niet in voorkomt. Als mens zijn we gericht  op het leegroven van onze directe omgeving en vervolgens verder te trekken naar een gebied dat ons weer iets te bieden heeft. Dat hebben we altijd gedaan en dat doen we nog steeds. Probleem is alleen dat onze scope verbreed is tot de hele wereld en er dan niet meer ‘verder te trekken’ is. Daar zijn we evolutionair niet op voorbereid.

Ons brein is primair gericht op onszelf en op de belangrijke anderen in onze directe omgeving (onze kudde zouden we kunnen zeggen). We handelen in het belang van hen en onszelf, niet in het belang van een hele mensheid. Als we zelf voordeel kunnen halen, dan gaan we er voor, zelfs als ‘de mensheid’ daar hinder van ondervindt. Het feit dat dit egoïstische gedrag op den duur ook ons eigen belang gaat schaden, willen we niet zien. Dat heet ‘the tragedy of the commons.’

Daarnaast zijn onze hersenen van oudsher sterk gericht op de korte termijn en niet op de lange termijn. Overleven is altijd een zaak van het hier en nu geweest en daarom kunnen we nauwelijks onze blik verleggen naar morgen of volgende week, laat staan naar volgende generaties. ‘Tegen die tijd is er wel wat op gevonden;’ opnieuw een prachtig staaltje cognitieve dissonantie reductie waarmee we verstoppertje voor onszelf kunnen blijven spelen.

Je zou kunnen zeggen dat ons brein kortzichtig is, simpelweg omdat het zo geprogrammeerd is en/ of doordat dit eeuwen lang de beste strategie was om te overleven. Daarnaast vertoont ons brein ook nog een aantal gebreken. ‘Nobody is perfect’, in de letterlijke zin van het woord. Rationaliteit delft het onderspit tegen statusdrang (we moesten onze positie in de groep altijd bevechten en daarom laten we nu het liefst zien hoezeer we het gemaakt hebben door in een dikke auto rond te rijden), kopieergedrag (‘Als anderen blijven autorijden en vliegen, doen wij het ook’) en machtsgevoel (voor velen blijft het fijn om de pk’s te laten brullen).

Het denken in ‘global proportions,’ rekening houden met tijden die we zelf nooit zullen meemaken en individueel genot inleveren voor het collectieve belang; het zit niet in ons systeem. Daarom veroorzaakt het verwarring, onrust, onbegrip en vooral heel veel cognitieve dissonantie.

Ons onvolmaakte brein optimaal benutten

We hebben een brein dat niet gemaakt is om milieuproblemen het hoofd te bieden. Maar zoals zo vaak, is de sleutel naar verandering juist tussen deze onvolmaaktheden te vinden. Dat we primair gericht zijn op onszelf en op onze dierbaren, biedt een paar interessante aanknopingspunten. Evolutionair psycholoog Mark van Vugt stelt dat milieucampagnes effectiever zijn wanneer de nadruk ligt op uw eventuele kinderen en kleinkinderen dan op de mensheid als geheel. Maak het niet de groot dus en richt je op de directe omgeving van het individu. Daarnaast biedt onze bijna pathologische drang naar individueel voordeel prima kansen voor subsidies en andere prijsverlagingen op duurzame artikelen. Dan moet je dat als overheid ook wel goed en duidelijk zichtbaar doen en lange tijd (of nog beter permanent) volhouden; daar ontbreekt het nog wel eens aan, helaas.

Onze hang naar status is een ander baken in de strijd naar duurzaam gedrag, waar veel te weinig gebruik van wordt gemaakt. Elektrisch rijden was suf en kansloos. Totdat Elon Musk een elektrische auto bouwde waar je niet alleen mee gezien wilde worden, maar die je zelfs stinkend jaloers maakte als hij op de oprit van je buurman verscheen.

We imiteren graag anderen en dan met name degene die status hebben. Dat legt een zware verantwoordelijkheid bij voorbeeldfiguren die helaas maar zelden in de gewenste richting wordt opgepakt. Vloggers, rappers en zangers/zangeressen hun jonge fans trakteren op rijden met veel te grote auto’s met veel te hoge snelheden en (overbodige) luxe en de wegwerpcultuur hoog in het vaandel hebben;  dat zou anders moeten. Als we zien dat zij zich duurzame gedragen (zonder truttig te worden), zullen we dit ook gaan imiteren.

Maak het klein, houd het dicht bij jezelf en laat het zien

Geen wijzende vingertjes meer in campagnes; dat roept weerstand en cognitieve dissonantie op. Geen discussies over ‘global issues’ als het gaat om het eigen gedrag te veranderen, want we zijn veel te makkelijk freeriders in de grote sociale dilemma’s die ons omringen. Geen ongewenst buitenproportioneel gedrag laten promoten door voorbeeldfiguren; daarvoor zijn we veel te hedonistisch ingesteld (‘dan willen wij het ook!’). Geen boodschappen over ondergang en verdoemenis van de aarde en ons klimaat; dan gooien we de handdoek in de ring.

Hoe het wel moet? Het is in een oneliner te vatten! Deze werd mij aangereikt door de rapgroep ‘De Jeugd van Tegenwoordig’: Maak het klein, houd het dicht bij jezelf en laat het zien! Daarin ligt alles besloten om ons imperfecte brein klaar te maken voor een duurzame toekomst.

 

Referenties

Holland, R.W., Vugt, M. van, Tertoolen, G. & Meertens, R. M., 1998, Zelfrechtvaardiging bij automobilisten; een toepassing van het model van Ajzen, In: De Transactionele Overheid, Kluwer, blz 209 – 219.

Meadows, D., & Randers, J., 2004, The Limits to Growth; The 30-year Update, Routledge, London.

Tertoolen, G. & Verstraten, E.C.H., 1994, Changing attitudes and behaviour by means of providing information; a study on private car use, In: Climate Change Research, Evaluation and Policy Implications, 65 B, Elsevier Science, blz 1189 – 1193.

Tertoolen, G, Van Krefeld, D & Verstraten, B., 1998, Psychological resistance against attempts to reduce private car use, in: Transportation Research-A, Vol. 32, nr 3., blz 171- 181.

Vugt, M. van, 2013, Duurzaamheid gaat tegen onze psychologische instincten in, De Volkskrant, 3 oktober.

Vugt, M. van, 2013, Het menselijk brein duurzamer maken: het kan, De Volkskrant, 14 oktober.

 

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*