Blog

Ons mobiele geweten

Ons mobiele geweten

Omgaan met goed en kwaad (in het verkeer)

 

(deze blog is ook verschenen op reiskostenblog.nl, op KpVV Weblog Reisgedrag en is in het Engels verschenen op Network Dispatches)

28 april 2015

 

Worstelen met het geweten

In 2010 stapte een 38-jarige automobilist vol wroeging een politiebureau binnen om zichzelf aan te geven. Eenentwintig jaar daarvoor had hij een kind overreden en was doorgereden. De man verklaarde dat hij sinds het ongeval slecht sliep, last had van nachtmerries en geen fatsoenlijke vaste baan had kunnen vinden. Het ongeveer vijfjarig kind was onverwacht, de weg overgestoken en hij had niet meer kunnen remmen. Toen een andere automobilist zich over het slachtoffer ontfermde was hij weggereden en sindsdien leefde hij in strijd met zijn geweten. Tot het hem te veel werd en hij besloot zich aan te geven.

Net als de man uit dit voorbeeld, worstelt de psychologie met het geweten. We weten niet precies hoe het werkt. Zijn we bij onze geboorte al toegerust om goed van kwaad te onderscheiden, of leren we dat als kind op basis van ervaringen met beloning en straf? Of  is het vooral het waargenomen gedrag van anderen om ons heen (met name ouders en leeftijdgenoten) dat ons geweten vormt? Worden we hierbij door eigenbelang gedreven of is meer het ‘erbij willen horen’? Het lijkt een kip-ei-kwestie; ons geweten wordt gevormd door de opvoeding, maar zonder een vorm van geweten is opvoeden niet mogelijk.

angel-1384694_960_720 (1)

 Impulsen onderdrukken vreet energie

Hoe dan ook, ergens in ons hoofd is een plekje waar onze normen en onze persoonlijkheid zich bevinden. Het stemmetje dat ons zegt wat we wel en wat we niet moeten doen. In stripverhalen is het een – knap irritant – heilig boontje dat het opneemt tegen de constante verleidingen van diepere driften. Verleidingen, die we het ene moment wel en het andere moment niet kunnen weerstaan.

Een sociaal psycholoog met de toepasselijke naam Van Beest, legt het als volgt uit: ‘Agressieve mannen slaan hun vrouw zelden ‘s ochtends in elkaar. Dat doen ze ’s avonds als ze zich door allerlei factoren als drank en vermoeidheid niet meer kunnen beheersen. Je impulsen onderdrukken vreet energie. Daar moet je voortdurend mee bezig zijn.’ In het verkeer is het niet anders; tikkende tijdbommen op wielen slaan meestal ook pas later op de dag toe.

 

Subjectieve goedheid en het objectieve kwaad

Van Universitair Docent in de filosofie Jeroen de Ridder leen ik een verband tussen een ethisch dilemma en spruitjes. Hij stelt dat de meeste Nederlanders blij zijn dat ze in Nederland wonen, waar slavernij wordt afgekeurd. Maar wat hadden diezelfde mensen gevonden als ze in het antieke Griekenland gewoond zouden hebben? Zouden ze het dan ook moreel verwerpelijk hebben gevonden om mensen als slaven te houden? Ik denk van niet. De Ridder confronteert ons ook met het kleine meisje Junia, dat blij is dat ze niet van spruitjes houdt: “Als ik er wel van had gehouden, had ik ze gewoon opgegeten, terwijl ze hartstikke vies zijn.” Zowel de smaak van spruitjes als het afkeuren van het houden van slaven, zo leert de geschiedenis,  zijn geen objectieve feiten. Het zijn individuele of maatschappelijke interpretaties van gebeurtenissen.

Het is interessant je af te vragen of het doorrijden na een ongeluk een objectief slechte daad is, of dat er een ander soort maatschappij voorstelbaar is, waarin het zou worden goedgekeurd. Zou de man die in 2010 de dood van het kind niet langer ongestraft op zijn geweten wilde hebben, in zo’n samenleving ook een jarenlange worsteling hebben moeten doorstaan? In onze maatschappij zijn er immers ook mensen die dingen goedkeuren die door anderen moreel worden afgekeurd. Universele regels over goed en kwaad bestaan kennelijk niet.

 

Over inspelen op schuldgevoelens en emotionele chantage

Als ons gedrag alleen gevolgen heeft voor onszelf, houdt ons geweten zich meestal koest. Daarom stuit een beroep om de auto eens vaker in te ruilen voor de fiets omdat het je gezondheid ten goede komt, niet op morele bezwaren. Maar wat als men de consequenties van je gedrag verbindt aan het lot van je kinderen? De gedachte dat je door niet te bewegen je kinderen mogelijk een gezonde en langlevende ouder ontneemt, valt lastiger met je geweten te rijmen.

AAAAAAAAAA

Een ander argument om mensen meer aan het fietsen te krijgen, is dat het beter is voor het milieu. Het klinkt wat sterk, maar feitelijk is hier sprake van emotionele chantage. Als we het niet doen, zijn we immers mede verantwoordelijk voor de teloorgang van de aarde en het doorschuiven van ellende naar de volgende generaties.

Mocht je erg aan je auto hechten, dan ben je in goed gezelschap. Je vindt genoeg mensen die je steunen. ‘Het valt wel mee met die opwarming en als er al sprake van is, dan draagt de auto daar maar heel beperkt aan bij’. En bovendien: iedereen rijdt auto, dus dat is heel normaal. Voila, we kunnen weer gasgeven met een min of meer zuiver geweten.

Wat betreft verkeersveiligheid gedraagt ons geweten zich op een soortgelijke manier. Als ik alleen mezelf kan treffen door in beschonken toestand naar huis te rijden, kan ik mijn geweten relatief makkelijk passeren. Maar zelfs dan: ik weet dat er mensen zijn die om mij geven. Kan ik het hen aandoen dat ik mijn leven onnodig op het spel zet? De praktijk is bovendien dat ik met mijn zatte kop ook anderen kan beschadigen en dat is moreel pas echt onverantwoord. Als ik nog mocht twijfelen op het moment supreme, dan ondersteunt de overheid de inspanningen van mijn geweten met voorlichting, sancties en het aanreiken van gedragsalternatieven.

Paradoxen van de smeekbede

De meeste mensen hebben een redelijk gezond ontwikkeld geweten en rijden niet door na het veroorzaken van een ongeluk, helpen niet moedwillig het milieu naar de knoppen en geven genoeg om hun kinderen om oud te willen worden. Daarom kan een appèl op het geweten worden ingezet als marketinginstrument. Iedereen voelt zich wel ergens schuldig over en door op sommige punten je gedrag te veranderen, kun je het leed wat verzachten. Dat voelt prettig voor zowel degene die een beroep op je doet als voor jezelf.despair-513529_960_720

De effectiviteit van je strategie hangt af van de manier waarop je te werk gaat. Dat wijzende vingertjes weinig succes hebben, weten we al langer. De overheid heeft op dat punt haar lesje geleerd. Marketingexperts Alex Hesz en Bambos Neophytou waarschuwen daarnaast voor het aanbieden van kant en klare oplossingen voor het zojuist aangeprate schuldgevoel. In de wereld van mobiliteit gebeurt dit helaas nog regelmatig: ‘Ga fietsen, werk thuis, koop een elektrische auto, rij langzaam, neem de trein. Dan kunt u daarna weer rustig slapen.’ Het klinkt logisch, maar in praktijk werkt het zo niet. Vaak is de voorgestelde gedragsverandering best lastig door te voeren met weerstand tot gevolg. ‘Uw oplossing is leuk bedacht, maar niets voor mij.’ Bovendien lukt het misschien wel om de automobilist schuld aan te praten, maar is er nauwelijks enig gevoel van schaamte over het vertoonde gedrag. Iedereen doet het immers, dus ‘who cares?

Wat dan wel? Hesz en Neohytou bieden een driestappenplan dat heel goed aansluit bij mijn eigen visie op effectieve gedragsbeïnvloeding.

1. Stap één is participatie. Mensen moeten zelf de gelegenheid krijgen betrokken te raken bij het gewenste gedrag. In plaats van de voorgekookte oplossing kant en klaar te consumeren, is het raadzaam mensen zelf aan het denken te zetten. Is er een probleem? Voor wie is het een probleem? Wat kunnen we er aan doen? En dan pas: wat is jouw probleem en wat kan jij daar aan doen? Betrokkenheid en commitment bieden een veel grotere kans op duurzame gedragsverandering.

2. Stap twee is consequent handelen. Communiceer de goede eigenschappen van het gewenste gedrag  pas als het gedrag van de boodschapper zelf onbesproken is. Agenten die zelf te hard rijden, directieleden die met een (grote, benzineslurpende) auto blijven komen tot en met frauderende politici; zij brengen een effectief appèl op het geweten niet dichterbij.

3. Stap drie is realisme en matigheid. Overdrijf niet. Om mensen te beschuldigen moet je bewijzen hebben. Een individuele automobilist kan het milieu niet verbeteren. Naar het werk fietsen is geen garantie om een fitte ouder te worden en te blijven. Er is een duidelijke grens tussen schuldgevoel opwekken en om medewerking vragen. Leg het accent vooral bij het laatste.

Tot slot nog even terug naar sociaal psycholoog Van Beest uit het begin van deze blog. Ons geweten is op haar best als we kwiek en fit zijn. Het verdient dus aanbeveling haar ook op dat soort momenten aan te spreken. Wil je binnen je bedrijf dat je medewerkers zich gaan inzetten voor een gemeenschappelijk doel, doe dat beroep dan aan het begin van de dag. Organiseer bijeenkomsten over verkeersveiligheid of een nieuw vervoersplan aan het begin van de week en niet op het momenten dat de werkweek ons mentaal heeft uitgeput en we snakken naar het weekend. Je moet het ijzer smeden als het heet is.

 

Referenties

Hesz, A. & Neophytou, B., 2010, Guilt Trip: From Fear to Guilt on the Green Bandwagon, Wiley & Sons: Chichester, UK.

HLN, 2010, Saoedi die kind doodreed geeft zich na 21 jaar aan, Media Voogel, Haarlem.

Meester, M., 2007, De rol van het geweten, Aware Psychologie.

Ridder, J. de, 2014, Spinnen, bijen en de moraal, Abraham Kuyper Center, Amsterdam.

Schimmel, C.W., 2009, Het geweten: theologisch, psychologisch en pedagogisch, Drs Magazine online.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*