Ketenverplaatsingen minder populair dan gehoopt

Veel beleidsplannen benoemen ‘ketenmobiliteit’ als veelbelovend alternatief voor unimodaal autogebruik. Ketenmobiliteit slaat daarbij op het combineren van verschillende vervoerwijzen tijdens de reis, unimodaal autogebruik op het enkel gebruik maken van één vervoermiddel, veelal de auto.

Uit onderzoek van het Kennisinstituut voor Mobiliteitsbeleid (KIM) blijkt dat slechts 4% van alle verplaatsingen als ketenmobiliteit kan worden aangemerkt. Dit zijn vrijwel allemaal openbaar vervoer verplaatsingen. Een bekende zegswijze luidt ; het openbaar vervoer brengt je van een plek waar je niet bent naar een plek waar je niet moet zijn.’ Logisch dus dat er vóór- en natransport is en dus een keten van vervoer.

Ik sprak er over met Bas van Werven op BNR Nieuwsradio. Daarbij stelde ik dat ‘ketenvervoer’ als verkoopterm ook niet deugd. Het woord ‘keten’ impliceert overstappen, onzekerheid, tijdsverlies. Maar (even os van de Coronatijd) P+R voorzieningen zijn razend populair en  groeien als kool. Hoe meer pijn de automobilist ervaart (files, hoge parkeertarieven) hoe kansrijker Hubs/Transferia worden en zonder de term te gebruiken zullen zo steeds meer mensen voor ketenvervoer kiezen.

De titel van het artikel is wat misleidend, want juist in het ov is bijna iedere verplaatsing een ketenverplaatsing:

NAUWELIJKS KETENVERPLAATSING IN OV

Categorie

Op de radio