Blog

Wie is er bang voor de boze wolf?

Wie is er bang voor de boze wolf?

Over angst als instrument voor gedragsbeïnvloeding

juli 2016

(deze blog is ook gepubliceerd op Verkeer in Beeld)

 

Doordringen in het primitieve brein

Angst is een van onze meest basale emoties. In de strijd om te overleven is het verreweg het meest efficiënte instrument dat we hebben. Als bij toverslag komt je lichaam in een staat van paraatheid. Je hart gaat sneller kloppen, je bloeddruk gaat omhoog, je spieren spannen zich, je begint te zweten en je ademhaling versnelt. Kortom, je bent in optimale conditie om te vechten of te vluchten.

angst1

Angst doet dus iets met ons. Het is daarom ook een geliefd mechanisme om mensen te manipuleren. Psycholoog Jaap van Ginneken stelt: ‘Appelleren aan angst is de makkelijkste manier om tot de meest primitieve delen van de hersenen door te dringen. En als je daar weet binnen te dringen, zit je gebeiteld.’

Wil je dat anderen doen wat jij wilt: maak ze dan bang. Ouders weten daar alles van. Als het geduld opraakt en ondanks alle goede bedoelingen de positieve insteek niets oplevert, dan maar dreigen: ‘als je de computer nou niet uitzet, mag je er nooit meer op!’ De kans dat dit dreigement ook als zodanig wordt uitgevoerd is klein, maar de kans dat het tot het gewenste resultaat leidt is aanzienlijk.

De stuipen op het lijf jagen

In de politiek weet men ook wel raad met het inspelen op angstgevoelens. Van alle zijden van het politieke spectrum worden we de stuipen op het lijf gejaagd. De recente Brexit/Bremain-campagnes bewezen het maar weer eens. In de EU blijven, betekende overspoeld worden met migranten en het verliezen van de eigen identiteit. Uit de EU treden, stond gelijk aan een economische catastrofe en noodlottig isolement. Beide kampen bestookten de bevolking met angst en even zo goed verweet men elkaar gelijktijdig dat men van deze ‘laag-bij-de-grondse’ retoriek gebruik maakte.

Binnen religies kan men er ook wat van. “Als je niet leeft volgens de regels van het geloof wachten je hel en verdoemenis”. De dreiging met bovennatuurlijke straffen, werkt bij de gelovige volgelingen net zo goed als het angstbeeld om nooit meer achter de computer te mogen bij kinderen.

In campagnes wordt ‘fear appeal’ ook veelvuldig ingezet om ons op het rechte pad te houden. We kennen allemaal de huiveringwekkende teksten en foto’s op pakjes sigaretten en in het verkeer worden we herhaaldelijk gewezen op de vreselijke gevolgen van te hard rijden of van appen achter het stuur. Toch lijken we er ons hier niet zo veel van aan te trekken. Waar (het inspelen op) angst in staat is hele bevolkingsgroepen in de klem te houden, doen de akelige vooruitzichten voor onze longen of van ons rijdgedrag ons relatief weinig. Wat maakt dat het inspelen op onze sterkste basisemotie in het ene geval floreert en in het andere geval faalt?

Pas maar op daar komt de wolf aan

Een kijkje in onze hersenen leert dat de amygdala de thuishaven van onze angsten vormen. Het zijn twee groepjes neuronen, gelegen in de temporale kwab van onze hersenen, die min of meer de functie van brandweerkazerne vervullen. Sturen onze zintuigen een verontrustend bericht door naar deze amygdala, dan gaan alle alarmbellen af en schieten – in de vorm van zenuwsignalen –  de ‘brandweerauto’s’ naar alle relevante hersendelen. De snelheid waarmee de amygdala handelt is verbazingwekkend. We kunnen al aan een bedreigende situatie zijn ontsnapt voordat we ons ervan bewust waren dat we ons in zo’n situatie bevonden.

amygdala

Bijzonder interessant is de rol van de amygdala bij het vormen en opslaan van herinneringen. In nauwe samenwerking met de geheugencentra hippocampus en cortex zorgen de amygdala voor een soort werkgeheugen met een tijdelijke en een lange-termijn opslag. Zo herkennen we bedreigende prikkels en situaties op den duur en kunnen we er adequaat op (blijven) reageren.

Sommige potentiële bedreigingen, zijn zelfs in ons collectieve onbewuste opgeslagen en al bij onze geboorte aanwezig. Denk aan de angst voor grote hoogten of voor dieren die ons op willen eten. Van dit laatste getuigt de archetypische angst voor (paradijselijke) slangen of voor de grote boze wolf, die het vooral gemunt heeft op onschuldige meisjes met rode kapjes.

Angst voor het onbekende   

De belangrijkste reden dat politiek, reclame, religie en campagnes zo zwaar inzetten op angstgevoelens is dat ons brein geprogrammeerd is om aan enge zaken aandacht te besteden. Het (her)kennen van bedreiging is immers een voorwaarde om te overleven. Zolang je de dreiging niet kent, heerst de onzekerheid. Het geritsel in de struiken kán de grote boze wolf zijn, maar ook een ongevaarlijk konijntje. De Brexit kán economische terugval  betekenen, maar het kan (op termijn) ook positief uitpakken. Te hard rijden kán leiden tot dat vreselijke ongeluk, maar er kan ook niks gebeuren en dan ben je lekker snel thuis.

De Romeinen bedachten in de 2de eeuw na Chr. bij de verovering van een gebied in Schotland een ingenieuze techniek om hun vijand te verslaan. Ze doorboorden de stenen die ze met hun katapulten afschoten op de vijand. Door de gaten maakten de stenen als ze door de lucht vlogen een fluitend geluid dat de Schotten niet kende en voor hevige angst zorgden. Psychologische oorlogsvoering. De Duitse Stuka-bommenwerpers met hun gillende sirenes in duikvlucht deden 18 eeuwen later in feite precies hetzelfde.

Kiezen voor een konijn

De frontale cortex – het gebied waar risicovolle beslissing worden genomen – moet uiteindelijk de knoop doorhakken welke actie er volgt.  Besluiten we dat de kans groot is dat er een wolf in de struiken zit, of gaan we voor een konijntje? We kunnen dit doorvertalen naar onze reactie op een poster langs de weg met de afbeelding van het vreselijke ongeluk. Nemen we gas terug, dan kozen we voor de wolf en schakelen we het gevaar uit. Blijven we stevig doorscheuren, dan kozen we voor het konijn. Alarm genegeerd; niets om bang voor te zijn.

angstcampagne

De keuze voor wel of geen gevaar wordt bepaald door een combinatie van kansberekening, beheersingsoriëntatie (locus of control) en zelfperceptie. Als je de kans op een ongeluk heel laag inschat (kansberekening), zal je je gedrag niet veranderen. Als je denkt dat het ontstaan van zulke ongelukken niets met jouw manier van rijden te maken heeft, dan ben je ook niet gemotiveerd je gedrag aan te passen (beheersingsoriëntatie). Als je denkt dat jij door je uitzonderlijke (rij)kwaliteiten iedere situatie op de weg toch wel de baas bent, dan zal je ook je snelheid niet aanpassen (zelfperceptie). Ergo: de campagneposter heeft in die gevallen geen effect op je gedrag. Je bent geen moment bang geweest voor een wolf.

Wanneer angst wel en niet effectief is

In de politiek zijn het dezelfde drie factoren die het succes van angstcampagnes bepalen. ‘Het is vrijwel zeker dat bij een Brexit de economie instort’ (kansberekening) ‘U zorgt er met uw nee-stem voor dat er bij een Brexit 500.000 banen verdwijnen.’ (beheersingsoriëntatie) en – een geruststelling vanuit het andere kamp – ‘Wij als Groot-Brittannië zijn sterk genoeg om zonder de EU verder te gaan. We hebben altijd op eigen benen gestaan’ (zelfperceptie). Het grote verschil tussen dit soort politieke campagnes en de verkeersposters langs de weg is de eigen rol in het geheel. De economie van Europa en de omvang van de catastrofes die de ‘deskundigen’ ons voorspiegelen gaan onze pet ver te boven. De gevolgen van het (te) hard rijden op de provinciale weg daarentegen denken we goed te kunnen overzien.

In de ‘Brexit-situatie’ blijft zodoende het door onze amygdala geactiveerde alarmsignaal onrustig doorspoken tussen onze hersencellen. In de situatie van de verkeersposter langs de weg wordt het alarmsignaal van de amygdala rap gesmoord in zelfoverschatting en vermeende risicobeheersing.

Inspelen op angst is dus effectief als de gevolgen moeilijk te duiden zijn en het nog wel een tijdje blijft ritselen in het dichte struikgewas. Angst aanjagen is tamelijk nutteloos waar we onze afweer – in de vorm van rationaliseren en illusoire superioriteit – makkelijk in stelling kunnen brengen. In het verkeer is dit laatste meestal het geval en daar blijft angst dan ook een slechte of op zijn minst een krachteloze raadgever.

 

Referenties

Apergis, N., 2016, Geheim wapen van Romeinen zaaide angst, Historia Magazine, nr. 4.

Meij, J. van der, 2007, De kracht van het brein (2): Brein en emoties, Versus Tijdschrift voor Fysiotherapie, 25e jrg., nr. 1, pp.9-16.

Raemaekers, P., 2009, Meeting of Minds for Youth, Breinwijzer vzw, Gent.

Streefkerk, M., 2016, De dwingende overtuiger, Intermediair, nr. 6.

Tannenbaum, M.B., 2013, Do Scare Tactics Work? A Meta-Analytic Test of Fear Appeal Theories, Observer, association for psychological science.

 

 

 

One Comment

  1. Wat een mooi stuk, heerlijk om te lezen.
    Hoe krijg je het vanuit psychologisch oogpunt wel voor elkaar dat als je bang bent in het verkeer om deel te nemen?
    Je ziet dan overal wolven in plaats van konijnen.
    Een overactieve amygdala.

    Met vriendelijke groet,
    Anesti Bochem

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

*